Historie
  Structuur
  DNA
  Chromosomen
  Eiwitten
  Bio-Informatica
  Woordenboek
  Contact
 
 



  DNA is door de jonge Zwitserse arts Miesscher ontdekt in 1869. Miesscher deed experimenten met cellen afkomstig uit etter van ziekenhuisverband en ontdekte daarbij een soort witte neerslag, afkomstig uit de kern van de cellen. Hij noemde deze neerslag nucleïne (nucleus betekent kern). Later kwam men erachter dat deze stof zure eigenschappen bevatte en werd de stof nucleïnezuur genoemd. DNA is dan ook de afkorting van het Engelse Deoxyribose Nucleic Acid (deoxyribonucleïnezuur in het Nederlands). Na deze ontdekking werd er steeds meer bekend van DNA. Het bleek een behoorlijk groot molecuul te zijn.

In 1944 werd bewezen dat in DNA de erfelijke eigenschap van een organisme in code is vastgelegd. DNA bevat dus de informatie voor eigenschappen als je oogkleur, je bloedgroep en bij planten bijvoorbeeld de kleur van de bloem. Men wist alleen nog niet hoe dit precies op het DNA is opgeslagen en hoe dit zich bij elke deling kopieëert. De oplossing bleek uiteindelijk te zitten in de structuur van het DNA.

Vanaf 1940 raakten veel onderzoekers geinteresseerd in het DNA en probeerden te ondezoeken hoe het molecuul in elkaar zit. Zo ook de jonge Amerikaan James Watson, die op de het laboratoriom van de universiteit van Cambridge mocht werken met de al wat oudere Francis Crick. Ze wisten dat de genen de sleutels waren van alle levende cellen, maar daarvoor moesten ze erachter komen hoe deze genen werkten. De chemische bouwstenen van DNA waren toen al bekend, men moest er alleen achter komen hoe deze bouwstenen uiteindelijk het DNA molecuul vormden.

Het duo Watson en Crick besloot modellen te bouwen van het molecuul, net zo lang totdat de bouwstenen in elkaar pasten. Ze wisten van de Röntgenfoto van collega Rosalin Franklin dat DNA een spiraalstructuur had. Ze bouwden uiteindelijk een model met 2 ketens en zetten de onderdelen op de juiste plaats. Het model had de vorm van een gedraaide touwladder.

Watson en Crick ontdekten hiermee dat het DNA molecuul de basis is van de erfelijke eigenschappen en dat het een soort kopieëermachine is. Het resultaat van dit onderzoek leverde het duo een Nobelprijs op in 1962.

  Lees hier het officiele artikel van Watson en Crick: