Historie
  Structuur
  DNA
  Chromosomen
  Eiwitten
  Bio-Informatica
  Woordenboek
  Contact
 
 



  Er bestaan 20 verschillende aminozuren. Ieder aminozuur wordt gecodeerd door een 'woordje' van 3 basen. Zo'n woordje noemen ze een codon. Aangezien er heel veel verschillende combinaties van 3 basen zijn bestaat er een overzichtelijke tabel van alle codons. Alle aminozuren hebben ook een 1-letter code, maar die is niet aangegeven in de tabel. Er is 1 codon dat codeert voor een start-signaal in een eiwit, dat is het codon voor het aminozuur Methionine (Met): AUG. Zo zijn er ook 3 codons die een stop-signaal aangeven. De base-volgorde tussen het startcodon en een stopcodon wordt uiteindelijk vertaald naar een eiwit.



Het vertalen
Om van de base-volgorde naar eiwitten te komen moet het DNA eerst vertaald worden naar een stof die erg op DNA lijkt. Deze stof is RNA (ribonucleïnezuur) en heeft bijna dezelfde structuur als DNA. Er is alleen één belangrijk verschil tussen DNA en RNA: RNA is in tegenstelling tot DNA, dat 2 strengen heeft, enkelstrengs. Bovendien bevat RNA in plaats van de base Thymine (T) de base Uracil (U). RNA heeft als functie het transporteren van de erfelijke informatie en is daarom een soort messenger. Dit molecuul wordt dan ook messenger RNA genoemd (mRNA). mRNA moet er voor zorgen dat de informatie van binnen naar buiten de celkern wordt gebracht, zodat daar de omzetting naar eiwitten verder kan gaan. Dit gebeurt op de ribosomen, een onderdeel van de cel. De ribosomen lezen de base-volgorde tussen het start-codon en het stop-codon af en vertalen dit naar een aminozuur-volgorde:

DNA    ATGCGTGCAATGTTTACGCGTAAAGCGTGCACGTTAGAGTGA
       TACGCACGTTACAAATGCGCATTTCGCACGTGCAATCTCACT

RNA    AUGCGUGCAAUGUUUACGCGUAAAGCGUGCACGUUAGAGUGA

Eiwit   Start - R-A-M-F-T-R-K-A-C-T-L-E - Stop


Deze volgorde vormt een eiwit met een bepaalde erfelijke eigenschap. Bijvoorbeeld een eiwit dat codeert voor je oogkleur, of bloedgroep.

  [1]  [2]